Informatie over de Mexicaanse griep.

![]() |
|
|
HET HYGIËNEPLAN VAN PSW
Inhoud
- Waarom een hygiëneplan?
- Wat houdt het hygiëneplan in?
- Deel 1 samenvatting richtlijnen infectiepreventie (naslagwerk)
- Deel 2 samenvatting richtlijnen voedselveiligheid is in deze versie weggelaten (hygiëne- instructies en hygiënechecklists)
Waarom een hygiëneplan?
Dit hygiëneplan heeft tot doel het voorkómen van infecties die worden overgedragen via voedsel, door slordig om te gaan met bloed en sperma, speeksel en neusvocht en als gevolg van slechte persoonlijke hygiëne. Om dit doel te realiseren maken wij gebruik van de richtlijnen infectiepreventie en de richtlijnen voor voedselveiligheid.
De richtlijnen voor voedselveiligheid vloeien voort uit een drietal wetten:
- De wet op productaansprakelijkheid zegt dat de producent (lees zorginstelling) aansprakelijk is voor de schade veroorzaakt door een gebrek in zijn product;
- de kwaliteitswet schrijft voor dat verantwoorde zorg geleverd moet worden; hiertoe wordt uiteraard ook voedselverzorging gerekend;
- de warenwet verlangt van instellingen die eet- en/of drinkwaren bereiden, verwerken, verpakken, vervoeren, verhandelen of distribueren dat zij een systeem van veiligheidsbeheer hanteren. De inspectie van de Voedesel en Waren autoriteit (VWA) houdt hier toezicht op. Uit deze wet is voor PSW ook nog het ‘Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen (artikel 2, eerste lid) van toepassing. Volgens dit artikel dienen alle woonvormen te handelen volgens de procedures in de ‘Hygiënecode voor voedingsverzorging in woonvormen’ (HACCP). In alle centra dient deze code dan ook aanwezig te zijn en gehanteerd te worden.
Het aantoonbaar waarborgen van de voedselveiligheid wordt door de overheid bij de zorginstelling gelegd. Onze aanpak is vastgelegd in dit document.
Het nieuwe Waterleidingbesluit verplicht de zorginstelling om een legionella beheersplan met de risicoanalyse uit te voeren en actueel houden.
Wat houdt het hygiëneplan in?
Dit plan bestaat uit een samenvatting van de “Richtlijnen infectiepreventie” en de “Richtlijnen voor voedselveiligheid”. Naast deze richtlijnen hanteert de Stichting Pedagogisch Sociaal Werk Midden-Limburg (PSW) nog het protocol “Besmetting door bloed en sperma, speeksel en neusvocht” en het “legionella plan”.
Bij onachtzaamheid bestaat de kans dat iemand door bloed, sperma, speeksel en neusvocht besmet wordt met de ziektes Hepatitis B en Aids. Dit rechtvaardigt het om de regels rondom preventie en de handelwijze bij (mogelijke) besmeting dwingend voor te schrijven in een protocol. Dit protocol is niet in dit document opgenomen maar is te vinden op het intranet van PSW.
Het legionella plan, dat een beheersplan en risicoanalyse bevat, is ook niet in dit document opgenomen maar is voor iedere voorziening specifiek geschreven en moet door de teamleider die belast is met onderhoud gebouw en installaties volgens voorschrift gebruikt worden.
Deel 1 ten behoeve van de zorg voor mensen met een verstandelijke handicap, voor de cliënten en alle medewerkers.
De richtlijnen infectiepreventie dienen beschouwd te worden als beschrijvingen van optimale maatregelen ter preventie van infectie, samengesteld door een groep deskundigen.
De maatregelen richten zich op:
- hoofdstuk 1: persoonlijke hygiëne
- hoofdstuk 2: hygiëne in de huizen en voorzieningen van PSW
- hoofdstuk 3: veel voorkomende of gevreesde infecties
- hoofdstuk 4: preventie maatregelen bij enkele specifieke infecties.
Deel 2 Richtlijnen voor voedselveiligheid dwz hygiëne-instructies en bijbehorende hygiëne-checklists. In deze versie wordt niet verder hierop ingegaan.
Deel 1
Samenvatting “Richtlijnen infectiepreventie ten behoeve van de zorg voor mensen met een verstandelijke handicap”
Inhoudsopgave
Deel 1
Samenvatting “Richtlijnen infectiepreventie ten behoeve van de zorg voor mensen met een verstandelijke handicap”
Inleiding richtlijnen infectiepreventie
0.1 Bewoners
0.2 Gedragswijzen
0.3 Woonomgeving
0.4 Complexere zorg
0.5 Doel van de richtlijnen
1 Persoonlijke hygiëne van medewerkers
1.1 Handhygiëne
1.2 Zeep
1.3 Handschoenen
1.6 Sieraden
1.7 Infecties bij medewerkers
2 Persoonlijke hygiëne bewoners
2.1 Niezen, hoesten en snuiten
2.2 Handenwassen
2.3 Hoortoestellen
2.4 Familie, bezoek
3 Verpleegkundige en verzorgende handelingen
3.1 Toiletgang
3.2 Menstruatie
3.3 Diarree
Hoofdstuk 2.
Hygiëne in de huizen en voorzieningen van PSW-ML
Inleiding
1 Inrichting van de woning
2.1.1 Huiskamer/leefruimte
2.1.2 Sanitaire ruimte
2 Schoonmaak en desinfectie
2.2.1 Desinfectie
2.2.2 Eisen met betrekking tot reiniging en desinfectie
2.2.3 Verwijderen van feces urine en braaksel, bloed en lichaamsstoffen
2.2.4 Schoonmaak algemeen
3 Wasverzorging linnengoed
3.1 Hygiëne bij afvoer en opslag van vuil wasgoed
3.2 Wasverzorging algemeen
4 Snoezelruimten, speelruimten en speelgoed
4.1 Schoonmaak en onderhoud
5. Zwembaden en oefenbaden
5.1 Zwembaden
5.2 Oefenbaden
5.3 Tegelvloeren rondom de baden
6 Zandbak
Schoonmaak en onderhoud
Inleiding richtlijnen infectiepreventie
Er zijn vier belangrijke kenmerken van de zorg voor verstandelijk gehandicapten die aanknopingspunten bieden voor specifieke aandacht vanuit het oogpunt van infectiepreventie. Die aanknopingspunten zijn:
- de gezondheidstoestand van (groepen) bewoners;
- overdracht van infecties, ook op minder gangbare wijzen;
- de woonomgeving;
- de steeds complexer wordende somatische zorg.
0.1 Bewoners
Sommige bewoners hebben een verhoogd infectierisico. Bewoners met het syndroom van Down hebben vaak immuniteitsstoornissen. Andere aandoeningen met extra risico's voor infecties zijn: (congenitale) hartafwijkingen, spina bifida, spasticiteit, kyfoscoliose, incontinentie. Daarnaast speelt de vergrijzing een steeds grotere rol. De groep bejaarde verstandelijk gehandicapten neemt toe, hun gezondheidstoestand verslechtert en de kans op infecties neemt toe.
0.2 Gedragswijzen
Het gedrag van bewoners kan een rol spelen bij het oplopen van een infectie of de verspreiding ervan, bijvoorbeeld:
- spugen, kwijlen, hoesten, schreeuwen (transmissie door druppels);
- krabben, bijten, smeren met menstruatiebloed (transmissie door bloed);
- masturbatie, coïtus (transmissie door seksueel contact);
- slechte toilethygiëne (transmissie door excreta);
- vreemde voorwerpen eten.
0.3 Woonomgeving
Ook de woonomgeving brengt specifieke infectierisico's met zich mee. Het wonen en verzorgd worden in een groep stelt eisen aan de hygiëne. De gemeenschappelijk gebruikte faciliteiten kunnen fungeren als bron van micro-organismen. Kleinschaliger woonvormen. verschillen in weinig van een 'gewoon' huishouden, maar ook hier is aandacht voor het voorkomen van infecties nodig.
0.4 Complexere zorg
Daarnaast vereist de somatische zorg aan bepaalde groepen bewoners medische en verpleegkundige handelingen. Er zijn bewoners die met een sonde worden gevoed. Blaascatheterisatie is geen vreemd verschijnsel. De laatste jaren is er een ontwikkeling gaande om steeds meer zorgtechnologie buiten het ziekenhuis toe te passen. Ook in de instellingen wordt de somatische zorg steeds complexer van aard. Naast de voedingssonde wordt ook de PEG-catheter geïntroduceerd.
0.5 Doel van de richtlijnen
Deze richtlijnen hebben tot doel een bijdrage te leveren aan de praktijk van infectiepreventie in de zorg voor verstandelijk gehandicapten. Ze beogen een leidraad te zijn voor het activiteiten op het terrein van de infectiepreventie.
0.6 Voor wie bestemd?
Deze richtlijnen zijn bedoeld voor hen die infectiepreventie in de instelling tot hun verantwoordelijkheid rekenen. Hoofdstuk 1. Persoonlijke hygiëne.
1 Persoonlijke hygiëne van medewerkers
1.1 Handhygiëne
Veel besmettingen worden via de handen overgedragen. Een goede handhygiëne is dan ook een van de meest effectieve manieren om besmettingen te voorkomen. Handenwassen dient altijd plaats te vinden:
- aan het begin van de werkzaamheden; - na toiletgang;
- bij iedere zichtbare verontreiniging van de handen; - na niezen en snuiten;
- na het uittrekken van beschermende kleding; - vóór het bereiden van voedsel;
- vóórdat voedsel aangeraakt wordt; - vóór het helpen bij eten;
- na lichamelijk onderzoek; - vóór en na kleine ingrepen;
- vóór wondbehandeling en -verzorging; - na verpleegkundige handelingen
- na hulp bij toiletgang; - vóór en na wassen van een
- na contact met sputum, feces urine, bloed, braaksel e.d.; bewoner.
Handenwassen is niet nodig:
- voor en na vluchtig contact;
- vóór het wassen van een bewoner;
1.2 Zeep
Voor reiniging van de handen wordt altijd vloeibare zeep gebruikt. Het zeepreservoir is disposable en is voorzien van een dispenser. Het zeepreservoir mag niet worden bijgevuld.
De instelling dient ervoor te zorgen dat aan alle voorwaarden voor een goede handhygiëne is voldaan. Voorwaarden zijn: aanwezigheid van zeepdispensers en papieren handdoeken, onderhoud aan dispensers, voorlichting handenwasrichtlijnen, aanwezigheid afvalemmers voor gebruikte handdoekjes die regelmatig worden geleegd.
1.3 Handschoenen
- Disposable handschoenen worden altijd gedragen wanneer er kans bestaat op bloed- of lichaamsvochtcontact.
Dit is het geval bij: hulp bij tandenpoetsen, wondverzorging, stomaverzorging, verzorgen van een bewoner met een darminfectie, verzamelen van vuile was en het wisselen van maandverband.
Tenzij anders vermeld hoeven disposable handschoenen niet steriel te zijn.
- Bij de verzorging van huidaandoeningen dienen handschoenen te worden gedragen. Wanneer geen infectie aanwezig is, kan ook een vingercondoom worden gebruikt. Per bewoner worden nieuwe handschoenen/vingercondooms gebruikt. Het dragen van handschoenen voorkomt dat besmettelijke huidaandoeningen worden overgedragen op de medewerker (en vervolgens op andere bewoners). Een andere reden om handschoenen te dragen is het vermijden van huidcontact met zalven.
- Handschoenen en vingercondooms moeten altijd ruim voorradig zijn. Het is raadzaam om altijd een doos disposable handschoenen/vingercondooms direct bij de hand te hebben.
- Na gebruik worden de handschoenen of vingercondooms binnenstebuiten weggegooid en worden de handen gewassen. Dat laatste is noodzakelijk omdat bij het uittrekken van (besmette) handschoenen de handen vrijwel altijd besmet raken.
1.4 Niezen en snuiten (zie protocol Bloed en sperma, speeksel en neusvocht)
1.5 Wonden (zie protocol Bloed en sperma, speeksel en neusvocht)
1.6 Sieraden
In groepen met bewoners die dagelijks intensieve lichamelijke verzorging nodig hebben, worden geen ringen, horloges en armbanden gedragen.
In groepen met bewoners die slechts incidenteel lichamelijke verzorging nodig hebben, worden ringen, horloges en armbanden bij verpleegkundige handelingen afgedaan.
1.7 Infecties bij medewerkers
De instelling heeft een meldpunt voor medewerkers met een infectie. Altijd gemeld worden:
Diaree, huidaandoeningen, pussende wonden, en langdurig hoesten (verdenking van TBC) Het meldpunt infectieswordt bij PSW gevormd door de instellingsartsen Mevr. A schoonbrood en mevr. Sandra Driessen. Deze besluit of een medewerker met een infectie al dan niet mag gaan werken en met welke beperkingen
2 Persoonlijke hygiëne bewoners
Hieronder staan alle aspecten van de persoonlijke verzorging genoemd die bewoners, hetzij zelf wanneer zij daartoe in staat zijn, hetzij met meer of minder hulp en/of supervisie van de groepsleiding in acht moeten nemen.
2.1 Niezen, hoesten en snuiten
Bewoners worden gestimuleerd te niezen en hoesten met de hand voor de mond. Ze maken bij het snuiten uitsluitend gebruik van papieren zakdoeken.
2.2 Handenwassen
Bewoners worden gestimuleerd de handen te wassen:
- bij verontreiniging; - na toiletgang;
- voor het eten; - na ieder contact met lichaamsvloeistoffen;
- na het snuiten van de neus. - bij voedselbereiding zie HACCP
2.3 Hoortoestellen
Het oorstukje van een hoortoestel wordt eenmaal per week schoongemaakt. Bij veel oorsmeer gebeurt dit vaker. Het oorstukje wordt daartoe losgemaakt en geweekt in lauw water met afwasmiddel (20-30 minuten). Vervolgens wordt het onder de kraan afgespoeld. Na afdrogen wordt het geluidskanaal en (indien aanwezig) het ontluchtingskanaal drooggeblazen met een speciaal balgje (niet met de mond!).
2.4 Familie, bezoek
Familie en andere bezoekers volgen de hygiëneregels die voor de groep gelden.
3 Verpleegkundige en verzorgende handelingen
Verpleegkundige en verzorgende handelingen worden uitsluitend verricht in de badkamer of in de slaapkamer van de bewoner.
3.1 Toiletgang
Handenreiniging vindt plaats:
- na hulp bij het schikken of uitdoen van de kleding;
- na hulp bij gebruik van het toilet, postoel, urinaal of bedpan;
- na ieder contact met feces en urine;
- na ieder contact met door feces urine of braaksel verontreinigd materiaal;
NB: ook na het met de hand controleren of een luier al dan niet nat is.
3.2 Menstruatie
- Bij het helpen verwisselen van maandverband worden handschoenen gedragen.
- Op ieder toilet is een gesloten afvalemmer met plastic zak aanwezig voor de afvoer van gebruikt maandverband.
- Wanneer bloed gemorst wordt op bijvoorbeeld de WC-bril, wordt de plek gereinigd en gedesinfecteerd met alcohol 70%.Voor grote oppervlakken wordt chloor gebruikt. (Zie ook Hoofdstuk 2 Wonen.)
3.3 Diarree
Een bewoner die incontinentiemateriaal draagt, wordt verschoond in de sanitaire eenheid, of op de slaapkamer.
Er is een aparte afvalzak voor het incontinentiemateriaal. Deze zak mag niet te vol worden. Sluiting van de zak moet mogelijk zijn, zonder dat de handen in contact komen met het besmette materiaal.
3.4 Medisch-verpleegkundige handelingen (zie notitie “toepassing BIG-wet”)
Hoofdstuk 2. Hygiëne in de huizen en voorzieningen van PSW-ML
Inleiding
Het is van belang om na te denken over hygiënische aspecten van het interieur. Dat hoeft niet in strijd te zijn met het streven naar huiselijkheid.
De sanitaire ruimte eist bijzondere aandacht. Van deze ruimte wordt immers intensief gebruik gemaakt. Vochtigheid kan er mede toe leiden dat besmettingen zoals schimmelinfecties optreden.
1 Inrichting van de woning
2.1.1 Huiskamer/leefruimte
Vloerbedekking
Vloerbedekking moet goed gereinigd en gedesinfecteerd kunnen worden.
Tapijt (ook kortpolig) is uit dat oogpunt minder geschikt. Houten vloeren moeten zo glad mogelijk zijn, en weinig kieren hebben.
2.1.2 Sanitaire ruimte
Om de verspreiding van voetsschimmel te voorkomen zijn badslippers persoonsgebonden.
De vloer van de badruimte moet minimaal één keer per dag goed droog kunnen worden.
2 Schoonmaak en desinfectie
2.2.1 Desinfectie
Desinfectie is met name aangewezen bij met bloed en andere lichaamsvochten besmet materiaal.
Desinfectantia
De meest voorkomende soorten desinfectantia zijn:
Voor de meeste zaken is huishoudelijk schoonmaken prima en afdoende
- Chloorpreparaten. Voor gangbare oppervlakte desinfectie wordt een chloorpreparaat gebruikt. Voor oppervlakken die verontreinigd zijn met bloed (of bloed bevattend materiaal) worden chloortabletten bakta gebruikt in een concentratie van 0,1% = 1tablet op 1 liter. 5-10 minuten laten inwerken. Deze laatstgenoemde concentratie wijkt af van de wettelijke gebruiksvoorschriften, maar wordt voor bovengenoemde toepassingen aanbevolen om ook hepatitis virussen en HIV te kunnen inactiveren.
- Alcohol 70%. Voor enkele specifieke zaken zoals koortsthermometers. Bovendien voor het desinfecteren van handen en huid. Voor de laatste toepassing wordt een terugvettende substantie aan de alcohol toegevoegd.
2.2.2 Eisen met betrekking tot reiniging en desinfectie
- Alle vertrekken worden volgens een vast rooster schoongehouden en indien nodig gedesinfecteerd .
- Er is een vaste lijst van schoonmaak- en desinfectietaken.
- Er is een (beperkte) lijst van reinigingsmiddelen en desinfectantia die gebruikt worden.
- Desinfectie wordt altijd voorafgegaan door huishoudelijke reiniging. Een desinfectans werkt niet op oppervlakken waar nog organisch materiaal (zoals bloedeiwit) op zit.
- Verdunnen en doseren van het desinfectans vindt plaats volgens het gebruiksvoorschrift. Nauwkeurigheid is belangrijk bij de dosering. Ook de inwerktijd van desinfectantia is wettelijk voorgeschreven.Voor chlooroplossingen en Lyorthol® bedraagt de inwerktijd 5 minuten. Gedurende die tijd moet het te desinfecteren oppervlak vochtig blijven, droging vindt plaats aan de lucht. Indien nodig, wordt nagewist met water.
- Na desinfectie mag het schoonmaakmateriaal niet gebruikt worden voor reiniging of desinfectie van ander materiaal.Het schoonmaakmateriaal moet eerst zelf gereinigd, gedesinfecteerd of weggegooid worden.
- Routinematige desinfectie van vloeren heeft weinig zin.Uit onderzoek blijkt dat zich op een gedesinfecteerde vloer binnen korte tijd weer net zo veel bacteriën bevinden. )
2.2.3 Verwijderen van feces urine en braaksel, bloed en lichaamsstoffen
- (Zie protocol bloed en sperma, speeksel en neusvocht)
2.2.4 Schoonmaak algemeen
- In de sector wonen:
- worden alle vertrekken volgens een vast rooster schoongehouden.
- Is er een vaste lijst van schoonmaaktaken .
- kan de schoonmaak gedaan worden door
o Huishoudelijk medewerkers, ADL-medewerkers of (ass.-)begeleiders
o Door familie zelf of door familie ingehuurde poetshulp
o Door derden: extern bedrijf betaald via cliënt/familie.
- In de AC’s en in de kinderdagcentra:
- worden alle vertrekken volgens een vast rooster schoongehouden.
- Is er een vaste lijst van schoonmaaktaken .
- Worden schoonmaak taken verdeeld over:
o Huishoudelijk medewerkers, ADL-medewerkers en (ass.-)begeleiders
o Extern schoonmaakbedrijf waarbij de kwaliteit wordt bewaakt middels kwaliteitsafspraken en contraktbewaking
3 Wasverzorging linnengoed
3.1 Hygiëne bij afvoer en opslag van vuil wasgoed
- Alle wasgoed moet in principe als besmet worden beschouwd. Bij het sorteren van vuil wasgoed worden handschoenen gedragen. Vervolgens worden de handen gewassen.
- Wasgoed wordt opgeslagen in goed afsluitbare waszakken of wasmanden.Bewoners moeten zo min mogelijk de kans krijgen om met vuil wasgoed in contact te komen.
3.2 Wasverzorging algemeen
- In de sector wonen:
- Heeft iedere locatie een goed functionerende werkwijze voor voor het verzorgen van de was waarbij de volgende criteria relevant zijn
o De was is schoon
o De was is onbeschadigd
o Verstelopdrachten zijn adequaat uitgevoerd
o De schone was is op tijd retour bij de gebruiker
- Bij zoekraken of beschadiging kan de cliënt terugvallen op de regelingen van PSW die daarop van toepassing zijn.
- Voor de sector wonen is mbt de kosten e.e.a. vastgeledgd in de folder “Wie betaalt wat”
In de AC’s en in de kinderdagcentra:
- Wordt de wasverzorging in het algemeen verzorgd door de huishoudelijk medewerkers, ADL medewerkers en de interieurverzorgers.
- Vuile kleding van kinderen/cliënten wordt in principe meegegeven naar huis. Kinderen/cliënten hebben meestal reservekleding bij zich of bewaren deze op de locatie.alle vertrekken volgens een vast rooster schoongehouden.
4 Snoezelruimten, speelruimten en speelgoed.
4.1 Schoonmaak en onderhoud
- De vloer en de wanden (tot reikhoogte) van de snoezel-/speelruimten worden minimaal één keer per week gereinigd én bij zichtbare verontreiniging. Bij intensief gebruik is het aan te raden de reinigingsfrequentie op te voeren.
- Er is een per ruimte een vaste lijst van schoonmaaktaken met een aftekenlijst waarop een paraaf gezet wordt indien de taak gedaan is .
- Materialen en voorwerpen voor de snoezelruimte zijn zoveel mogelijk afwasbaar of reinigbaar.
- Van het speelgoed dat in bepaalde ruimten aanwezig is dient per ruimte/groep op lijsten aangegeven te staan wat per week, per maand, per halfjaar of per jaar gepoetst dient te worden. Op deze lijsten moet dan afgetekent worden (datum en paraaf) als iets gepoetst is door degene die het poetswerk heeft gedaan.
- Knuffels en andere voorwerpen van textiel zijn bij voorkeur persoonsgebonden.
- Knuffels en ander stoffen speelgoed moet wasbaar zijn bij minimaal 60°C.
- Knuffels worden bij zichtbare verontreiniging gewassen.
5. Zwembaden en oefenbaden
5.1 Zwembaden
Zwembaden in instellingen voor verstandelijk gehandicapten die overwegend voor recreatieve doeleinden worden gebruikt vallen onder de wet- en regelgeving met betrekking tot de veiligheid en hygiëne in zweminrichtingen. In deze voorschriften zijn normen voor de kwaliteit van het water vastgelegd. Op de waterkwaliteitsnormen wordt hier niet verder ingegaan.
5.2 Oefenbaden
De Gezondheidsraad adviseerde in 1989 dat de kwaliteitsnormen in principe gelijk moeten zijn aan die voor reguliere zwembaden.
5.3 Tegelvloeren rondom de baden
- De tegelvloeren rondom de baden worden minimaal éénmaal per dag gereinigd. Op plaatsen waar veel vuil ingelopen wordt, wordt vaker gereinigd.
- Desinfectie van de tegelvloeren vindt éénmaal per dag plaats. Aan desinfectie moet altijd reiniging vooraf gaan. Desinfectie van de vloeren heeft een beperkte waarde. Wel is van groot belang dat de vloer éénmaal per etmaal goed droogt. Geadviseerd wordt om routinematig 's avonds de reiniging uit te voeren en 's ochtends te desinfecteren.
6 Zandbak
Schoonmaak en onderhoud
- Zichtbare verontreinigingen in de zandbak worden direct verwijderd.
Zand wordt vervangen (eventueel gestoomd) na het vinden van dierlijke uitwerpselen of bij andere, niet te verwijderen zichtbare vervuiling.
- Wanneer de zandbak niet wordt gebruikt, wordt deze met een deksel afgesloten. Op die manier kan worden voorkomen dat de zandbak wordt vervuild met uitwerpselen van honden, katten of vogels die ziekteverwekkende bacteriën of spoelwormeieren kunnen bevatten.
Belangrijkste punten voor de dagelijkse praktijk uit het protocol
Besmetting door bloed en sperma, speeksel en neusvocht
(versie november 2007)
Momenten waarop risico voor besmetting nadrukkelijk aanwezig is:
• injecties geven
• gebruikte naalden opruimen
• eerste hulp verlenen bij verwondingen
• verzorging van wonden en huidaandoeningen
• bloedneus en neusvocht
• menstruatie
• opruimen van feces, urine, sperma, maaginhoud vermengd met bloed
• bijten, verwonding door agressie
• spugen in het gezicht
• materialen (zoals speelgoed) van mond tot mond laten gaan
• elkaars tandenborstel of scheerapparaat gebruiken
• seksuele contacten / onveilig vrijen
Iedere medewerker werkt hygiënisch volgens de richtlijnen infectiepreventie rekening houdend met het feit dat elk bloed-, sperma-, speeksel- en neusvochtcontact tot besmetting kan leiden;
Hoe te handelen ter voorkoming van besmetting door bloed: (samenvatting)
- bij een gerede kans van contact met bloed of sperma bij de verzorging van cliënten moet men latex handschoenen dragen;
- bij wondjes aan eigen handen en aan die van de cliënten direct waterafstotende pleisters gebruiken;
- bij het geven van injecties:naald na gebruik niet in de huls steken maar in een naaldcontainer doen;
- Wasgoed dat ernstig met bloed, diarree of braaksel besmet is en tijdelijk bewaard moet worden of doorgegeven aan derden:in een afgesloten waszak bewaren met het opschrift “bloed”
- afval met bloed gewoon afvoeren in een dichtgeknoopt zakje;
- verzorging cliënten: zij worden erop gewezen om niet met een bloedende wond of bloedneus rond te lopen en wonden of nattende huidaandoeningen af te dekken met niet makkelijk te verwijderen verband of hechtpleister.
- Bij verzorging van cliënten na ontlasting (mogelijk besmet!!), altijd handschoenen gebruiken.
Hoe te handelen ter voorkoming van besmetting door speeksel of neusvocht :
- gemorst speeksel of neusvocht opruimen en het gemorste oppervlak huishoudelijk reinigen (bij ernstige verontreiniging handschoenen dragen);
- bij verwacht contact met speeksel (bijvoorbeeld tanden poetsen), neusvocht en wondjes aan de handen handschoenen dragen;
- belikt speelgoed, vaatwerk, monddoekjes, slabbers etc. mogen, indien mogelijk, door slechts één cliënt gebruikt worden.
Is er toch iets misgegaan en men mogelijk besmet is: raadpleeg direct het volledige protocol.
- bij prikken aan een gebruikte naald is er een besmettingsrisico;
- als bloed of wondvocht op de beschadigde huid komt is er een besmettingsrisico;
- bij een beet door de huid heen is er een besmettingsrisico;
- als bloed of wondvocht op een slijmvlies (mond, neus, ogen) komt is er mogelijk een besmettingsgevaar;
In de laatste 4 gevallen moet binnen 24 uur contact opgenomen worden met de huisarts/teamarts/GGD); zij schatten in wat het infectierisico is en of eventueel het hepatitis B vaccin toegediend moet worden. Er dient te allen tijde een foboformulier ingevuld te worden.
Raadpleeg het volledige protocol indien zich een risicovolle situatie voordoet.
De laatste versie van het protocol vindt u op het intranet van stichting PSW en u kunt het opvragen bij het secretariaat/CB van PSW. Adresgegevens vindt u onder het kopje "contact"

Zoeken
Afdrukken